Was je handen met een milde zeep, spoel ze en droog ze met een pluisvrije handdoek af.
Zorg ervoor dat de afvoer van de wastafel gesloten is vooraleer je de contactlenzen manipuleert.
Lenssterktes zijn meestal niet dezelfde voor beide ogen, dus let erop dat je de juiste lens op elk oog zet. Maak er een gewoonte van om altijd met hetzelfde oog (links of rechts naar keuze) te beginnen. Zo vermijd je verwarring.
Haal de contactlens voorzichtig uit de verpakking of de lenshouder. Gebruik geen pincet of andere voorwerpen. Vermijd de contactlens met je nagels aan te raken. Dit kan de contactlens beschadigen.
Plaats de contactlens op de top van je wijsvinger en houd ze tegen het licht. Verzeker je ervan dat ze schoon en stofvrij is en geen scheurtjes of beschadigingen heeft. Als de contactlens beschadigd is, zet ze dan niet in!
Verzeker je ervan dat de contactlens niet binnenstebuiten zit. Een contactlens die binnenstebuiten op het oog wordt gezet kan oncomfortabel aanvoelen en geeft geen scherp zicht.
Methode 1: plaats de contactlens op de top van je wijsvinger en kijk naar de vorm. Als de randen zich mooi naar binnen vouwen (de contactlens lijkt op een kommetje), zit ze juist. Als de randen naar buiten krullen (de contactlens lijkt op een bord) dan zit de contactlens binnenstebuiten en moet ze worden omgekeerd.
Methode 2: hou de contactlens tussen duim en wijsvinger. Buig de randen van de contactlens voorzichtig naar elkaar toe. Nijgen de randen naar elkaar, zit de contactlens goed. Indien de randen eerder van elkaar weg plooien, dan zit de contactlens binnenstebuiten.
Zet de lens op de top van je wijsvinger (als je linkshandig bent, is links eenvoudiger). Zorg ervoor dat je vinger droog is, anders blijft de contactlens plakken en is het moeilijk om ze in te zetten.
Kijk recht vooruit in de spiegel en concentreer je op je ogen, niet op je handen.
Plaats de middelvinger van dezelfde hand op je onderste ooglid en trek dit iets naar beneden.
Gebruik de vingers van je andere hand om het bovenste ooglid iets omhoog te trekken.
Kijk naar beneden, laat het onderste ooglid los en vervolgens het bovenste.
Voorzichtig knipperen. De contactlens centreert automatisch. Herhaal de handeling met de andere contactlens.
3. Een kink in de kabel
Je bent er niet in geslaagd om je contactlens in te zetten? Spoel ze dan even af met een steriele saline-oplossing vooraleer opnieuw te proberen.
De contactlens zit niet gecentreerd op het oog. Zo af en toe kan het voorkomen dat de contactlens zich tijdens het inzetten of tijdens het dragen verplaatst naar het witte deel van het oog. Als dat het geval is, kijk dan waar de contactlens zit en masseer de contactlens terug naar de plaats tussen de oogleden.
Er zit iets op de contactlens. Neem de contactlens uit en kijk of er cosmetica of vuildeeltjes zijn achtergebleven. Spoel de contactlens grondig met steriele saline voor je de contactlens weer in het oog zet.
De contactlens zit binnenstebuiten. Zie hierboven onder het punt 'Controleer de lens'.
De contactlens is gescheurd of beschadigd. Als dit het geval is, mag de contactlens nooit ingezet worden. Gooi de contactlens weg en zet een nieuwe in, of neem contact op met uw contactlensspecialist.
Als je zicht nog steeds niet scherp is en de contactlens voelt niet comfortabel aan nadat je bovenstaande hebt gecontroleerd, doe de contactlenzen dan uit en neem contact op met je specialist.