Antwerpen Brabant Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

FAQ

Hier vind je een antwoord op al jouw vragen, opgedeeld in drie verschillende categorieën.

 

Brillenglas               Contactlenzen

 

Ogen


Polarisatie, wat is het en hoe werkt het?

Een natuurlijke lichtbron zoals de zon, zendt golven uit bestaande elektrische en magnetische velden. De elektrische en magnetische golven trillen hierbij in onderling loodrechte vlakken. Deze vlakken liggen beide loodrecht op de voortplantingsrichting van de golven. Een bundel licht bestaat echter niet uit continue straling, maar uit lichtpulsjes, fotonen genoemd. De elektrische (en ook de loodrecht daarop staande magnetische) velden van al die afzonderlijke fotonen liggen bij natuurlijk licht niet allemaal in hetzelfde vlak.

 

In de natuur komt veel gepolariseerd licht voor. Dit licht, waarvan de golven maar in één enkel vlak trillen, kun je met het blote oog niet onderscheiden van niet gepolariseerd licht. De helle terugkaatsing van het vol zonlicht op effen oppervlakken zoals water, straatstenen, zand, een witte muur of vensterglas, is meestal gepolariseerd licht. Omdat de hinderlijke weerkaatsing van het zonlicht vaak afkomstig is van horizontale oppervlakken, kan een zonnebril met verticaal polariserend glas die schitteringen afzwakken. Het horizontaal gepolariseerd licht kan immers niet door dit glas dat alleen verticaal gepolariseerd licht doorlaat.

Waarom worden brillenglazen ontspiegeld?

Op grond van het verschil in brekingsindex tussen lucht en glas ontstaan op een brillenglas reflecties die nadelig zijn voor de brildrager.

 

Nadelen van niet-ontspiegelde brillenglazen:

  • Licht dat van achteren op een brillenglas valt, wordt in het oog van de brildrager weerkaatst. De brildrager neemt daardoor storende reflectiebeelden en lichtsluiers van objecten waar die zich achter hem bevinden.
  • Licht dat van voren op een brillenglas valt, wordt binnenin het glas meerdere malen gereflecteerd. Door al deze storende reflectiebeelden en lichtsluiers zien we minder goed. Ze verminderen het contrast en kunnen zelfs de informatie vervalsen. Vooral bij het autorijden in het donker en in de regen is dit zeer hinderlijk.

 

Voordelen ontspiegelde brillenglazen:

  • Storende reflectiebeelden en beeldsluiers worden sterk verminderd. 
  • Een vrije blik op de ogen van de brildrager is mogelijk. De bril ziet er mooier uit. 
  • De lichtdoorlaatbaarheid van het brillenglas is hoger. De omgeving wordt door de brildrager helderder en duidelijker waargenomen.

Korte geschiedenis van de optica

Door E.G.J. Engelaar

 

De geschiedenis van de optica begint bij de oude Grieken. Aristophanes (400 BC) schrijft over de zonnestralen die worden weerkaatst. Democritus (400 BC) hield zich bezig met hoe het komt dat er verschillende kleuren bestaan. Aristotoles (250 BC) richtte zich vooral op hoe het oog werkt. Hij dacht dat er straling uit de ogen komt en je hiermee de omgeving aftast.

 

Ook de Romeinen waren bezig met optica. Seneca (0) merkte op dat voorwerpen onder water anders worden waargenomen. Nero (50 AD) was de eerste die een soort van verrekijker gebruikte om door het Colosseum te kijken. En Ptolemeus (100 AD) onderzocht breking van licht door water en andere vloeistoffen.

 

In Perzië was er een zekere Alhazan (1000 AD) die de breking en weerkaatsing van licht beschreef. Hij was de eerste persoon die geloofde dat het oog voorwerpen waarneemt doordat er licht via het voorwerp in het oog komt.

 

De eerste lenzen werden gemaakt rond 1250 AD. Bacon deed toen al veel experimenten met lenzen om de breking en weerkaatsing van licht te beschrijven. De werking ervan wordt pas in 1600 AD verklaard door Kepler.

 

De Nederlander Lippershey is de uitvinder van de telescoop (1608 AD). Toen Galileo hoorde van deze uitvinding van Lippershey liet hij een voor die tijd zeer grote telescoop bouwen en gebruikte de telescoop om naar de maan en de planeten te kijken. Hieruit bleek dat de aarde niet het midden was van het heelal.

 

Newton had onderzoek verricht naar licht en kwam tot de conclusie dat licht bestond uit deeltjes. Hierdoor was hij ervan overtuigd dat je geen kleurloze lenzen kon maken, daarom maakte Newton een telescoop met een spiegel erin i.p.v. een lens.

 

Jansen is een Nederlander die rond 1600 AD de eerste microscoop bouwde. Gauss beschreef de werking van lenzen met wiskundige formules. Dankzij de beschrijvingen van Gauss konden lenzen veel makkelijker gemaakt worden. Dit betekende een grote stap voor de ontwikkelingen van de telescoop en de microscoop. Voordien was het namelijk altijd een groot probleem om lenzen te fabriceren die de juiste sterkte en grote hadden.

 

Een belangrijke ontdekking voor de optica gebeurde door de Nederlander Snell in 1621 AD. De wet van Snell werd wiskundig uitgewerkt door Descartes. Deze wet was volgens wetenschappers niet belangrijk totdat Huygens de wet van Snell opnam in zijn werk. Dit gebeurde pas 70 jaar nadat Snell de wet had opgesteld.

 

Newton deed onderzoek naar afbuiging van licht en kwam in 1672 AD op zijn theorie van kleuren. Newton was ervan overtuigd dat licht is opgebouwd uit deeltjes, maar toch was hij de eerste die een optisch periodiek fenomeen zag (De ringen van Newton). Huygens zocht naar een mechanische theorie voor licht. Zijn uitleg (1690 AD) voor de weerkaatsing en afbuiging van licht waren helemaal gebaseerd op het golfkarakter van licht. Er zijn op dit moment dus twee gedachten over licht. Sommige beweren dat licht is opgebouwd uit deeltjes terwijl andere zeggen dat licht bestaat uit golven. Vanwegen de reputatie van Newton (en ook het feit dat licht een eindige snelheid heeft) hielden de meeste wetenschappers zich bij de deeltjestheorie over licht.

 

Euler was één van de weinige die de theorie van Newton over licht niet geloofde. Euler baseerde zijn theorie van licht (1768 AD) op de golven, net als de golven die te zien zijn in een vloeistof.

 

In 1801 was het Young die ontdekte dat twee puntvormige lichtbronnen een interferentiepatroon vormen. Young stelde een golftheorie op van licht. Bij verschillende wetenschappers werd dit geaccepteerd. Maar grote namen als Fourier, Laplace en Poisson bleven voorstander van de deeltjestheorie van Newton.

In 1808 AD ontdekte Malus polarisatie van licht door weerkaatsing. Fresnel verklaarde dit verschijnsel m.b.v. de golftheorie van Young. Volgens zijn theorie moest er in het midden van de schaduw van een cirkel een lichter puntje te zien zijn. Hierdoor werd de theorie niet meteen geaccepteerd, maar toen Fresnel dit plekje experimenteel liet zien werden hem excuses aangeboden en werd zijn theorie algemeen geaccepteerd. Het laatste bewijs van de golftheorie kwam toen aangetoond werd dat de lichtsnelheid afneemt als de dichtheid van het medium groter wordt. Volgens de theorie van licht als deeltjes moest dit namelijk precies andersom zijn. De relatieve snelheid van licht werd pas in 1849 AD gemeten en toen was er dus een bewijs dat licht een golfkarakter heeft. Mede dankzij de verscheidene pogingen om deze relatieve snelheid te meten, kwam Einstein in 1905 AD met zijn relativiteitstheorie. In ditzelfde jaar publiceerde hij ook de theorie van het foto-elektrisch effect. Einstein was in zijn tijd nog één van de weinigen die geloofde in het deeltjeskarakter van licht.

In 1848 AD werd voor het eerst elektromagnetisme vergeleken met de optica. Dit kwam ten eerste door de vergelijkingen van Maxwell, waaruit bleek dat elektromagnetische golven de snelheid van het licht hebben. Een tweede oorzaak was Hertz. Hij beweerde dat elektromagnetische golven weerkaatsen en afbuigen net als licht.

Bohr was de eerste die zei dat licht zowel een golf- als deeltjeskarakter heeft in 1928 AD.


In 1960 AD was er de uitvinding van de laser. Vanaf dit moment ging het heel hard met de ontwikkeling van optische communicatie, holografie, optische data-opslag en optische processors. Al deze uitvindingen waren al vele jaren eerder gedaan, maar met de komst van de laser werd alles veel makkelijker en werd het veelvuldig gebruikt.

Wanneer moet je zeker een zonnebril dragen?

Je ogen lopen meer risico op een beschadiging door fel zonlicht wanneer:

  • je buitensporten beoefent.
  • je veel werkzaamheden buiten of met kunstmatige, felle lichtbronnen verricht.
  • je in een helder, zonnig klimaat verblijft.
  • je een cataractoperatie hebt ondergaan.
  • je geneesmiddelen neemt die uw ogen lichtgevoelig maken (bvb antibiotica, middelen tegen hoge bloeddruk, kalmerende middelen, orale anticonceptiemiddelen).
  • je contactlenzen draagt.

Welke glazen, welke kleur?

  • GROEN: reduceert het zichtbare licht zonder de helderheid aan te tasten.
  • GRIJS: geeft een excellente waarneming van kleuren.
  • GEEL: verhoogt het contrast op nevelige en mistige dagen.
  • BRUIN: verhoogt het contrast bij nevel en matige zon.
  • ORANJE/ROOD: geeft meer contrast dan geel en is optimaal voor betrokken dagen, de meest efficiënte kleur bij nevel; biedt het hoogste contrast bij weinig licht en is een efficiënte filter voor blauw licht.

Waarom multifocale of bifocale glazen?

Als men een bril nodig heeft om op afstand én van dichtbij het beeld te corrigeren, is het mogelijk om brillenglazen te combineren. Het bovenste deel van het glas heeft dan de sterkte om op afstand scherp te zien, het onderste gedeelte wordt gemaakt op leesbrilsterkte. Men spreekt dan van een bifocale bril of een bril met 'leesstukjes' of 'maantjes'. Met een bifocale bril kan men dus op twee afstanden scherp zien, van veraf en van dichtbij.

 

Soms kan het ook wenselijk of noodzakelijk zijn om alle tussenafstanden scherp te zien. In dat geval kan een multifocale bril de oplossing bieden. Hierbij is er een geleidelijke overgang tussen de verschillende sterktes van het glas. Op alle afstanden kan dan scherp gezien worden door te kijken door het juiste deel van het overgangsgebied.

Een nadeel van multifocale glazen is dat bij opzij kijken door het onderste gedeelte van het glas enige vervorming van het beeld optreedt. Een ander nadeel van bifocale en multifocale glazen is dat tijdens het lopen de vloer of de trap wazig wordt. Daarbij kijkt u immers door het leesbrilgedeelte.
De meeste mensen wennen snel aan bi- en multifocale glazen. Voor mensen die slecht te been zijn of last hebben van evenwichtsstoornissen is een gecombineerde bril niet altijd aan te raden.


 

Oogmerk Magazine

  
Oogmerk Magazine
 

 

 

Opticiens


Huismerk


Zonnebrilactie

 

Prima kwaliteit voor een aantrekkelijke prijs. Dat biedt OptiFlex, het eigen kwaliteitsmerk van de Oogmerk-opticiens.

 

  


Oogmerk, Korenmarkt 30, 2800 Mechelen  

T 015 44 06 40 - F 015 43 53 30


© Oogmerk, alle rechten voorbehouden

Gebruiksvoorwaarden - Sitemap